Life is a gift, cherish it with a smile – Marktplatz 1, 34560 Fritzlar, Germany – Phone: 0049 15731571439

Dit is eigenlijk een stukje over werken, woorden, theorie en levensgeluk. Dat levensgeluk is een ding op zich. Geluk is wellicht bezieling hebben in wat je doet en deelt. Dat is vaker de activiteit dan het resultaat. Het geluksstreven lijkt een irrationele vormgever van vele acties. Als kok zijnde wil ik graag de stappen en ingrediënten weten…kan ik t ook wat eenvoudiger aan mijn kindje meegeven. Oppassen ook voor ‘rare’ invloeden. Lees: mensen met merkwaardige percepties op wat zij ‘de realiteit’ noemen.

Kinderen zijn we. Uitgevonden en wel… misschien. Het kind in pedagogische zin is ‘uit-ge-vonden’ door mensen als Rousseau (ach die Emile toch) en veel later Doktor Spock (met zijn prachtige zin:’Je weet meer dan je denkt’). Zeker waar het om onze kinderen gaat willen we, althans dat hoop ik, het goede doen en meegeven. Het voorbeeld zijn. ‘Leef zoals je wilt dat de mensen doen die kinderen tegen komt ze 21 zijn’. Daar moet je dan nu mee beginnen. Bezin in wat je doet en wil nalaten … het is toekomst werk… Wat je gelooft en zegt spelen daarbij een belangrijke rol.

Vandaag in het prachtige Omniversum geweest, ‘Born to be Wild’ gezien met m’n dochter. Over Oerang Oetangs en de prachtige Olifanten. Jonkies van beide soorten gered uit de klauwen van de mens; opgevoed door betere mensen en teruggeplaatst in de natuur. Over aandacht, warmte, liefde en loslaten gesproken. Adembenemend.

Van de week was in DWDD een pracht stukje over Framing * (http://bit.ly/H3JKlZ) van Twan Huys.

We zouden met een gerust hart kunnen zeggen dat alles feitelijk ‘framing’ is. Een poging tot beïnvloeden van gedrag of een poging iets mee te geven, iets te delen. De vraag is natuurlijk: hoe bewust dan wel hoe integer dat gebeurt?

Alles vereist onderzoek wellicht. Er zijn mensen die hun leven wijden aan onderzoek. Er zijn mensen die hun leven, doende en dus actief, inrichten om betekenisvol er te zijn voor anderen. De obsessie van de eeuw (20ste vooral) is wellicht: de ouders en hun kinderen. Nu de samen-leving het onderwerp geworden lijkt…, wordt zo vaak de betekenis van het ‘leven’ van menigeen gerelateerd aan de kinderen en dan vooral hun toekomst in zakelijke zin. Een triestheid van een onnavolgbare orde. Dit zijn meest mensen die rommelen maar wat aan en hebben geen notie van wat communicatie is en hoe het beïnvloed wordt… nog los van het feit dat enig zich hebben op het fundament van hun ‘keuzes’.

Uiteindelijk zijn we kinderen, ergo ‘the next generation’ ofwel zo ik laatste twitterde: Grasping the world by taking some bites out of what the past was supposed to be in not my reality… although it might lead to poetry.

Ergo we zijn de vormgevers en kennis is eenvoudig te verkrijgen.

Een paar voorbeelden van framing wellicht… met in het achterhoofd hoe jou en ons vocabulaire wellicht daardoor is beïnvloed. De samen-leving ofwel ‘de maat-schappij’ als referentie.

Laat we even naar die mentaliteitsgeschiedenis kijken. De stuurloosheid in het maatschappelijk verkeer, leid ik terug op de verre gaande framing. De drijfveren van onze aandachtspunten.

Ergo de drijfveren van mensen, waarom wij doen wat we doen, lijken een mentaliteitskwestie. Lijken want die komt nu net niet zomaar uit de lucht vallen. Wat onze drijfveren bepaalt is, tragisch of niet, allang niet meer alleen het menselijk verkeer in het dagelijks leven alleen. We stappen nog wel eens de 20ste eeuw in maar houden het nu even bij wat paradigma’s uit de 19e die zo enorme invloed hebben.

Karl (hij wilde het volk zogezegd verlichten) zei: Geef t volk brood en spelen Cool, waarom ook niet… Dat hadden ze Karel misschien moeten uitleggen Dat zulks wel aardig is… of bedoelde ie toch iets anders..

Karl zei: Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt Tja tja, wat moet we hiervan zeggen… in tijden waar men eraan gewend moet raken dat de prestatie meer gaat tellen dan het uitzitten van je contract; waar status met een pakje of rol nog voor de oude generatie telt…en zotte kinderen dat overnemen…

Karl zei: Geloof is opium voor het volk De kern wel zo’n beetje, om dan vervolgens natuurlijk met nieuw geloof systeem te komen. Hij wees vooral naar religieuze stromingen, wellicht ook meer algemeen.

Al met al was Marx doende als een nieuwe priester een deel van de mensheid te vertellen (het geld kwam van Engels die weer fabrieken had in London) hoe hij tegen zaken aankeek. Het zogenoemde marxisme –en de varianten- waren geboren.

Alles met de bedoeling om ons even te wijzen op de ohhh zo negatieve invloeden van buiten onszelf die het liederlijke leven zouden representeren. Dat was dan ‘het kapitaal’, het geld, het slijk der aarde. De sociale staat … loyaliteit als sleutelhanger. Tegenwoordig noem je zulks ‘framing’ ofwel je wereldbeeld opdringen aan de mens met sub-liminale boodschappen terwijl je de suggestie van ‘angst’ voor het ‘tegendeel’ tot leven roept… Oei, het vraagt iets van het denk vermogen.

In die zelfde 19e eeuw was ook Thorbecke, ook in 1848, de rechtstaat met liberale ideeën vorm gaf in de parlementaire democratie. Weer een poging tot ordening van sociale betrokkenheid, mee beslissen… men zocht naar een vocabulaire. Woorden om uitdrukking te geven aan het vermoeden dat de mens kan en wil meebeslissen.

De zucht naar authenticiteit kent zeker haar geboorte in de 19e eeuw, meest in relatie tot de staat, echter ook de zeer individueel gerichte filosofen (Nietzsche, Schopenhauer, Hegel (atomair en dus anders), Kiekegaard enz enz. Dat geeft een merkwaardige bounch. De wens tot individuele ontpoppen, gekoppeld aan het ontstaan van een gigantisch maat-schappij gericht vocabulaire.

Eerlijk is eerlijk de franse revolutie, het einde van het Ancien Régime, de verschuiving van de adel naar het volk, is een historisch feit dat haar weerga niet kent. In de 19e eeuw wordt er toch een fikse start gemaakt met het fundament dat het denken en doen in de 20ste en deels nu nog 21ste eeuw bepaalt. De psychologie (James rond 1850) ; de sociologie (Comte rond 1850), psychiatrie en classificatie van Kreapelin. Uiteraard ons aller Charles in ‘the origin of species’, daarnaast komen op; wetboeken, nationalisme enz enz. Ergo de wil tot structuur en ordening; weer de creatie van een taal en parameters.

Deze periode met oh zo vele filosofen ook blijkt een referentie kader voor veel zaken die nu nog een rol ‘spelen’ in onze ‘levens- en aandachtskeuzes’.

Waar een grote verstedelijking plaats vindt, daar wil men regelen. Dat doet men dan, in het westen op al oude bijna Griekse beginselen. Is wat voor te zeggen, wellicht

Hoe het ook allemaal mag wezen, er wordt een sterk beroep gedaan op ‘betrokkenheid’, ‘structuur’, ‘herkenbaarheid’ en mentaliteit. De wereld van de etiquette opent zich.

Daar zijn de, zo ik zeggen Frans Weense tijdperk, begrippen Fin de siècle of la belle Époque pracht aanduidingen van.

Of de mens het alles aankan. Dat is dan nog weer een extra vraagje. In elk geval het vraag je iets meer afstand van het nu te nemen en even naar het grotere plaatje te kijken.

We zijn inmiddels decennia verder. Vele industriële en mentaliteitsrevoluties hebben elkaar opgevolgd. De media en communicatiemiddelen zijn talrijk.

In de 20ste eeuw struikelen de economische, politiek juridische en sociaal psychologische begrippen en theorieën over elkaar heen.

Er zijn inmiddels meer boeken en theorieën, lees sub culturen, dan mensen zo lijkt het.

En wie ‘kent’ die nu allen? En zodra je veel ‘weet’, leer je dat je veel meer niet ‘weet’.

Dan kom je op de toevluchtsheuvel uit die ‘ik’ heet. Ook weer zoiets.

Kijk wat ik kort even wil laten zien, is de enorme overflow van leefregels, voorschriften, suggesties en ordeningsprincipes. Ver verwijderen deze zaken ons soms van ‘het mysterie dat het leven is’.

Als we dan nog, bovenal in Nederland (het zogenoemde ‘voortrekkersland’ – wie dat toch ooit verzonnen heeft…), het aantal meningen leggen naast het nemen van verantwoordelijkheid voor de verkondigde mening… tja dan moet je heel sterkt in je schoenen staan om nog van oorspronkelijkheid en goed kunnen kiezen te spreken.

Dit alles heeft 1 ding meegebracht. De samen – leving als begrip waar we het zelf en samenleven nog slechts lijken te kunnen uitdrukken in merkwaardig niet mens eigen vocabulaire. In de 20ste eeuw zo ver verfijnd dat dood, leven, afscheid, plezier en zingeving, ingehaald lijken door de wens een ‘goede’ maatschappij te zijn. Lang leven de middenklasse… ofwel middelmatigheid. De middle of the road.

Graag doe ik een beroep op je denk- en verbeeldingsvermogen. Nu de samen-leving totaal lijkt te verzanden in woorden die dan wel – sociaal economisch dan wel – politiek juridisch dan wel – psychologisch en sociologisch dan wel – biologisch en natuurkundig zijn.

Ondertussen lijken woorden als ‘ontwikkelen’, ‘innoveren’, ‘groeien’ en ‘welzijn’ opmerkelijke referentie begrippen te zijn voor een ieder Volstrekt abstracte en ambigue begrippen, die het alleen ‘lekker doen’ als je ze generaliserend beziet. Ga je naar specifiek niveau dan is er geen overeenkomst in beleving en uitvoer.

Het lijkt toch aardig terug te gaan naar de kinderen die we zijn. De levenslust en levensenergie als de kern van de zaak.

De ogen van een kind, mijn kindje, dienen te twinkelen door wat je doet en zegt. Die energie dien je uit te stralen. De woorden die je spreekt kinderen laten aanspreken. De dingen die je doet herkenbaar laten zijn.

Werken is een leuke bezigheid. Vindt leuk wat je doet. Het is uitwisselen van diensten. Je dient elkaar door samen iets te maken. Zondag ga ik naar Cirque du Soleil met Loulou. De mensen die daar hun show opvoeren genieten van wat ze doen. Willen ons vermaken en plezieren. Daar betalen we voor. Zij oefenen en oefenen. Worden beter en beter. Perfectioneren en perfectioneren. Kijken naar alle factoren: bewegen, geluid, licht, kleding, vermakelijkheid, uitstralen van plezier, samenwerking. Wie er ook meewerkt, van de catering tot de bewaker is ergens trost om deel te zijn. Die trots is het antwoord op alle ideologieën, de trots om blij te maken.

Niks gereutel erom heen van ingewikkelde woorden. Puur genieten door een show te willen maken. Als de ‘world a stage is’, voor dan de show zo op dat een ieder geniet. Dat is de kern van alle activiteiten: trots kunnen zijn op de glimlach en verwondering die je brengt.

Je kunt het wonder, dat het levens is, wellicht alleen omvatten als je het niet steeds op ‘jou manier wilt begrijpen’. Jezelf niet zozeer overlevert aan ‘termen’, ‘begrippen’ en woorden… Jezelf laat leiden door de inspanning die leidt tot je eigen trots en altijd blij publiek geeft.

Ook weer een framings-gedachte natuurlijk, echter de intense aandoenlijke opvang van de Olifanten van een ‘nieuwe wees’ in hun groep; de ontroerende liefde van de Oerang Oetang voor zijn ‘opvoeders’… en uiteraard de heerlijke blijheid van de spelers in Cirque du Soleil en bovenal (ik ben vader) het genieten van mijn kindje… dat zijn menselijke maatstaven die woordloos zulk een schoon gevoel opleveren….

• (wikipedia) Framing is een overtuigingstechniek in communicatie. De techniek bestaat eruit woorden en beelden zo te kiezen, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene worden uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren. Zowel in de politiek als in de reclame wordt framing bewust (en onbewust) ingezet. Volgende keer wellicht het psychologisch jargon eens onder de loupe nemen. Ben nog steeds opzoek naar het commando centrum van het ‘onbewuste’… what ever that may be.